Op eigen benen en INVRA

De methode “Op Eigen Benen”

‘Ieder mens is het mooist in zijn eigen kracht’. Dat is het motto van de methode “op eigen benen”.

Iedereen is uniek en iedereen is wel ergens goed in. We hebben allemaal onze eigen talenten. En die talenten kunnen we inzetten, voor onszelf maar ook voor een ander. De één kan bijvoorbeeld goed bouwen, de ander kan goed organiseren en weer een ander is goed in rekenen. Als we doen waar we goed in zijn geeft dat ons voldoening en vreugde en groeien we als mens.

We werken bij IJsselmonde-Oost volgens de methode “Op eigen Benen”. Dat betekent dat we vooral werken vanuit de kracht en talenten van onze cliënten. Dat we hen ondersteunen en motiveren om het beste uit zichzelf te halen. Dat doen we door eerst te kijken naar wat iemand al kan. En naar wat iemand nog zou kunnen en willen leren.

Daar gebruiken we INVRA voor, het instrument voor redzaamheidsaspecten. Hiermee brengen we in kaart welke vaardigheden iemand al heeft. Zo krijgen cliënten inzicht in wat ze allemaal al zelf doen en kunnen. En kunnen ze zelf beoordelen waar ze misschien nog mee zouden kunnen oefenen om nog zelfstandiger te worden. Uitgaande van waar ze al goed in zijn.

We werken met INVRA-wonen en kijken daarbij naar:

  • Zelfzorg en gezondheid
  • Huishoudelijke competenties
  • Cognitieve competenties
  • Maatschappelijke competenties
  • Omgaan met anderen
  • Eigenwaarde

Na het verzamelen van de antwoorden wordt er een portfolio geschreven, waarin de kernkwaliteiten en de ambities worden benoemd. Daaruit volgt een zelf gekozen doel/actieplan.

Voor werk- en dagbesteding gebruiken we INVRA-arbeid.

De INVRA-arbeid is bedoeld om cliënten inzicht te geven in de vaardigheden die werkgevers belangrijk vinden op een bepaalde werkplek en een bepaald werkniveau. Die vaardigheden zijn verdeeld over drie categorieën:

  • Arbeidsprestaties: vaardigheden die onmisbaar zijn voor het product dat gemaakt wordt of de dienst die geleverd wordt.
  • Motorische competenties: vaardigheden die te maken hebben met wat iemand lichamelijk kan en aankan.
  • Arbeidshouding: vaardigheden en gedrag op de werkplek en in de omgang met anderen.

Door de INVRA-arbeid in te vullen, wordt duidelijk wat iemand al heeft aan vaardigheden om een bepaalde baan te kunnen hebben of bij een bepaald bedrijf te kunnen werken. En wat er nog geleerd of geoefend moet worden om beter aan te sluiten.