De Frans Halsstraat
koken werken en eten

Klik hier voor de opgemaakte PDF-versie.

Welkom
“Wil je koffie Bert?”, vraagt Rob, terwijl hij bezig is de andijvie te wassen die vanavond op het menu staat. “Lekker, zwart graag,” zeg ik. Rob zet z’n mondkapje op, laat de andijvie voor wat ’t is, droogt z’n handen af en tovert met een druk op de knop een kop vers gezette koffie tevoorschijn uit de DE-automaat op de bar. Het is het einde van de ochtend op een dinsdag en ik sta in de grote ruimte op de begane grond aan de Frans Halsstraat. Ingericht met mooie tafels, zitjes, een bar, een grote keuken en veel horeca-apparatuur.

Ik schuif aan de grote tafel waar vier cliënten druk bezig zijn met alle voorbereidingen voor het eten vanavond. Er wordt kipfilet gesneden, varkensfilet, ook worden de aardappelen voor de stamppot voorbereid. Er wordt hard gewerkt, maar er wordt gelukkig ook veel gepraat en gelachen. Er heerst een ontspannen sfeer, en het lijkt alsof ze dit al jaren doen zeg ik tegen Bart Don, de coördinator van het team horeca van Work4you.

Starten in coronatijd
“Nou, dat is wel grappig dat je dat zegt Bert,” zegt hij. “We zitten hier nu sinds begin mei, net een maandje eigenlijk. Net nadat we de Frans Halsstraat in gebruik namen als woonlocatie zijn we hier gestart. En dat is erg fijn, de afgelopen maanden zaten we telkens, ook vanwege corona op een tijdelijke horecalocatie in Barendrecht of Ridderkerk met deze club mensen.”

“Hoe ben je hier zo bij betrokken geraakt?” vraag ik hem. “Nou, via Arjo (teammanager dagbesteding) en Jacko (directeur/bestuurder st. IJsselmonde-Oost) eigenlijk. Ik werk al heel lang in de horeca. Ik heb verschillende restaurants gehad en werk al jaren op het snijvlak van zorg en hospitality, en ben eigenlijk altijd al bezig geweest met het opstarten en begeleiden van nieuwe concepten in deze sector. Want wat we hier doen verschilt niet zoveel met een restaurant hier om de hoek hoor. Alleen de geldstromen lopen net wat anders. En het grote voordeel hier is dat we echt hele leuke en gemotiveerde werknemers hebben. Toch Kees?”

Kees pakt de andijvie en gaat rustig verder met wassen. Terwijl Annie naast me rustig de kip blijft snijden die ook op het menu staat voor vanavond. “We koken hier nu bijna elke dag voor 50 mensen. De mensen hier op de Frans Halsstraat, en ook voor de bewoners van de Bun,” vervolgt Bart. En dat dat professioneel gebeurt valt me meteen op. Er wordt geconcentreerd gewerkt. Iedereen heeft handschoenen aan, en Petra als begeleider houdt bij iedereen een oogje in het zeil.

Wennen
“Dat was echt best wennen hoor, daar kan ik eerlijk in zijn,” zegt ze. “Van tevoren vonden we het als team best spannend. Hoe gaan we dat nou doen op die nieuwe locatie. Arjo en Bart hadden dit plan, maar wij moesten het ook gaan uitvoeren. Maar dat is echt heel goed gegaan. We werken met professionele keukenapparatuur, grote pannen, verse ingrediënten en we verzorgen gewoon voor twee locaties de maaltijden. Dat is echt gaaf! Soms moeten we wel even op onze handen zitten als begeleiding, en onze eigen reflexen om te helpen onderdrukken. Maar het resultaat is zo tof. We zien mensen hier echt opleven.”

Bart vult aan. “’s-Ochtends doen we de voorbereidingen, de mise-en-place zoals dat heet. Het snijden en schoonmaken en alle andere voorbereidingen die bij het koken horen. En dan ’s middags komt Charles hier, een ‘gediplomeerde’ kok, die samen met een begeleider en de cliënten dan gaat koken.” En vervolgens worden de maaltijden ook nog eens vervoerd naar de Bun, door Rob.” Rob, een heuse voetbalfan knikt. Elke dag stapt hij op zijn fiets, en brengt met de aangeschafte fietskar de verpakte maaltijden naar De Bun. Annie, bewoner van de Bun vult aan. “Het eten is echt lekker, vers en gezond. Gisteren hadden we zalm. En die hebben we hier dan zelf klaargemaakt. Veel beter dan die maaltijden die we eerst hadden.”

Aanvullen
Het werken en begeleiden op de Frans Halsstraat vullen elkaar goed aan. Er is een goede balans tussen het agogisch begeleiden, dat de begeleiders doen, en het vakinhoudelijk gedeelte, dat bij Charles ligt. Als ervaren kok verzint hij de menu’s, is hij de contactpersoon voor de locaties voor alle feedback, afstemmen van de menu’s, en de logistiek. Ook regelt hij het contact met de leveranciers. In korte tijd is er een serieuze dagelijkse voedselvoorziening opgezet, voor en door bewoners, die bovendien ook nog eens gezond en lekker is.

Petra tikt me nog even aan. “Het is zo gaaf om te zien Bert, die cliënten die hier kunnen en willen werken zien we opbloeien. Ze betekenen hier echt iets voor elkaar en voor de andere bewoners en de maatschappij. Rob had het echt niet naar zijn zin op zijn andere werkplek bijvoorbeeld. Maar hier heeft hij het hoogste woord, lacht wat af en springt elke middag met plezier op z’n fiets. En zit het soms even tegen dan fiets ik of collega even mee. Zo doen we dat. We doen het met en voor elkaar hier, dat past bij onze visie en missie als stichting volgens mij.”

Bart sluit af. “Ja, het is echt heel gaaf om te zien hoe die gasten hier de fijne kneepjes echt onder de knie krijgen. De kwetsbaren helpen hier de niet-kwetsbaren, en dat moeten we laten groeien. We hebben als organisatie echt goud in handen, en het is te gek dat de clienten daarin vooroplopen. Wij volgen wel als begeleiders…dat is hoe het hoort te zijn.”

Bart staat op, en pakt een grote zak mozzarella. “Zo jongens, wie wil dit gaan snijden?” Rob steekt z’n hand op, “Ja, ik!”. “Maar Rob, weet jij eigenlijk waar mozzarella vandaan komt?” “Ja, tuurlijk Bart, uit melk. Duh, dat weet jij toch ook.”…